Cursusweekend

Van 17 t/m 19 mei 2019 organiseren wij een cursusweekend over geloofsverdediging. Deze cursus is gericht op christenen of oprecht geïnteresseerden in het geloof, vanaf 16 jaar.

Afhankelijk van het succes van dit cursusweekend, hopen we jaarlijks een cursusweekend te organiseren, telkens rond een ander thema. Het thema van de eerste cursus is: Het ontstaan van het christendom.

Algemene informatie

Doelgroep: volwassenen (vanaf 16 jaar)
Inschrijven: klik hier om je aan te melden
Datum: 17-19 mei 2019
Locatie: “Het Brandpunt” in Doorn
Kosten: €200 (studenten: €175)
Aanmeldingsdeadline: 15 maart 2019

We starten op vrijdag om 18:00 met een maaltijd. Het programma duurt tot zondagmiddag 15:30. Voor een meerprijs is het mogelijk om te blijven tot maandagochtend.

De prijs is inclusief overnachtingen en volledige catering.

Behalve een sterk inhoudelijk lesprogramma, is er ook ruimte voor gezelligheid en ontmoeting met medegelovigen. In het verleden is gebleken dat ook dit aspect van onze cursussen zeer gewaardeerd wordt.

Onderwerpen

Vrijdag 17 mei
– Zijn de evangeliën historisch betrouwbaar?
– Wat zeggen niet-christelijke bronnen over Jezus?

Zaterdag 18 mei
– Historische argumenten voor de opstanding van Jezus.
– Wat is er gebeurd met de apostelen?
– De eerste drie eeuwen: vervolgingen, ketterijen en apologeten.
– Hoe zit het met de gnostische evangeliën (zoals het Evangelie van Thomas)?
– Veel groepen (Jehova’s getuigen, moslims) ontkennen de goddelijkheid van Jezus; hoe zit dat?

Zondag 19 mei
– Wie heeft bepaald welke boeken er in het NT opgenomen werden?
– Staan er contradicties in de Bijbel?

Op zondagochtend is er een kerkdienst in de kapel van Het Brandpunt. De cursisten zijn vrij om daaraan deel te nemen, maar kunnen ook in de omgeving een kerk naar hun keuze bezoeken.

Promotie

Wil je helpen deze cursus te promoten? Dat kan bijvoorbeeld door deze pagina te delen via Facebook of andere sociale media, of door het nieuws te verspreiden binnen je kerk, studentenvereniging of kennissenkring. Misschien kan de onderstaande flyer daar ook bij helpen. Hartelijk dank!

Je kunt deze flyer ook downloaden in pdf-format.

Share

Wiens dochter was Maächa?

Vermeende contradictie tussen 1 Koningen 15:2 en 2 Kronieken 13:2.

1 Koningen 15:1-2
1 In het achttiende jaar nu van koning Jerobeam, de zoon van Nebat, werd Abiam koning over Juda.
2 Hij regeerde drie jaren in Jeruzalem en de naam van zijn moeder was Maächa, de dochter van Abisalom.

2 Kronieken 13:1-2
1 In het achttiende jaar van koning Jerobeam werd Abia koning over Juda.
2 Hij regeerde drie jaar in Jeruzalem, en de naam van zijn moeder was Michaja, de dochter van Uriël uit Gibea. En er was oorlog tussen Abia en Jerobeam.

Probleem: Was Michaja/Maächa de dochter van Abisalom (ook bekend als Absalom) of Uriël?

Antwoord: In het Hebreeuws worden de termen ‘zoon’ (ןב, ben) en ‘dochter’ (תב, bath) gebruikt voor meer dan alleen de onmiddellijke afstammelingen. Deze bron geeft de volgende mogelijke betekenissen voor ‘bath’: dochter, meisje, aangenomen dochter, schoondochter, zus, kleindochter, vrouwelijk kind, nicht.

Dat ‘dochter’ niet per se alleen in de strikte zin opgevat moet worden, blijkt onder meer uit het feit dat Naomi Ruth ‘mijn dochter’ noemt, terwijl Ruth haar schoondochter was (Ruth 2:2). En meerdere keren spreekt ook Boaz haar aan met hetzelfde woord, terwijl Ruth slechts een verre bloedverwant was (Ruth 2:8, 3:10, 3:11).

In het geval van Maächa is het aannemelijk dat zij de dochter was van Uriël en de kleindochter van Abisalom. De Joodse historicus Flavius Josephus schrijft het volgende over Rehabeam (Abia’s vader) en Maächa:

And after he [Rehabeam] had married a woman of his own kindred, and had by her three children born to him, he married also another of his own kindred, who was daughter of Absalom by Tamar, whose name was Maachah, and by her he had a son, whom he named Abijah [Abia].
Josephus, Joodse Oudheden 8.10.2 (249)

Oftewel, Maächa was een dochter van Abisalom via Tamar. Deze Tamar is waarschijnlijk de dochter van Abisalom (vernoemd naar zijn geliefde zus, die ook Tamar heette):

2 Samuël 14:27
Bij Absalom werden drie zonen geboren, en een dochter van wie de naam Tamar was. Zij was een vrouw die knap was om te zien.

Dan is Maächa dus de dochter van Uriël en Tamar, terwijl Tamar de dochter is van Abisalom. Dit maakt Maächa een kleindochter van Abisalom. Dat is niet strijdig met het gebruik van het woordje ‘bath‘ (dochter) in 1 Kon. 15:2.

  Terug naar het overzicht: Fouten en contradicties in de Bijbel.

Share

Wat stond er op het opschrift?

Vermeende contradictie tussen de vier evangeliën betreffende het opschrift boven het kruis.

Mattheüs 27:37
En zij brachten boven Zijn hoofd een opschrift aan met de beschuldiging tegen Hem: DIT IS JEZUS, DE KONING VAN DE JODEN.

Markus 15:26
En het opschrift met Zijn beschuldiging was boven Hem geschreven: DE KONING VAN DE JODEN.

Lukas 23:38
En er was ook een opschrift boven Hem geschreven in Griekse, Romeinse en Hebreeuwse letters: DIT IS DE KONING VAN DE JODEN.

Johannes 19:19
En Pilatus schreef ook een opschrift en zette dat op het kruis; en er was geschreven: JEZUS DE NAZARENER, DE KONING VAN DE JODEN.

Probleem: Alle vier de evangeliën geven een andere lezing van wat er op het opschrift stond.

Antwoord: Het is niet tegenstrijdig maar aanvullend. Allemaal citeren ze slechts een gedeelte van wat er op het opschrift stond. Het is niet een fout om selectief te zijn in welke informatie je levert.

Stel je voor, André, Peter en Wouter rijden via dezelfde weg, maar moeten omrijden omdat de weg is afgezet. Achteraf zegt André over het bord bij de wegafzetting: “Op het bord stond: ‘Deze weg is afgezet, u wordt omgeleid’.” Peter zegt: “Er was een bord waarop stond: ‘Deze weg is afgezet wegens wegwerkzaamheden’.” En tot slot zegt Wouter: “Het bord las: ‘U wordt omgeleid, excuses voor het ongemak’.” Spreken ze elkaar tegen? Natuurlijk niet, maar ze citeren slechts delen van wat op het bord stond. De conplete boodschap zou geweest kunnen zijn: ‘Deze weg is afgezet wegens werkzaamheden, u wordt omgeleid. Excuses voor het ongemak.’

Op dezelfde manier kunnen we waarschijnlijk de complete tekst van het opschrift aan het kruis reconstrueren door de informatie van verschillende evangeliën te combineren.

Mattheüs: ‘Dit is Jezus, de Koning van de Joden.
Markus: ‘De Koning van de Joden.
Lucas: ‘Dit is de Koning van de Joden.
Johannes: ‘Jezus, de Nazarener, de Koning van de Joden.

Er zou dus gestaan kunnen hebben: ‘Dit is Jezus, de Nazarener, de Koning der Joden.’

Maar het meer fundamentele punt is dat we niet van de evangeliën moeten verwachten dat ze uitspraken (of opschriften) exact citeren. Meestal wordt er niet woordelijk geciteerd maar geparafraseerd. Dat wil zeggen dat de betekenis overgebracht wordt, de strekking, maar niet de exacte bewoordingen.

  Terug naar het overzicht: Fouten en contradicties in de Bijbel.

Share

Heeft Jezus alle macht?

Vermeende contradictie tussen Mattheüs 28:18 vs. Markus 6:5.

Mattheüs 28:18
En Jezus kwam naar hen toe, sprak met hen en zei: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.

Markus 6:5
En Hij kon daar geen kracht doen, maar Hij legde slechts enkele zieken de handen op en genas hen.

Probleem: Volgens Mattheüs zegt Jezus dat Hij alle macht heeft, maar volgens Markus kon Jezus in Nazareth geen grote wonderen doen.

Antwoord: De uitspraak in Mattheüs 28:18 doet Jezus ná zijn opstanding uit de dood. Op dát moment was Hem alle macht gegeven. De gebeurtenis in Markus 6 vond plaats vóór de kruisiging en opstanding, en dus waarschijnlijk vóórdat Hem alle macht gegeven was. Er is dus geen sprake van tegenstrijdigheid.

Er is nog een tweede reden waarom dit geen contradictie is. Het woordje dat in Markus 6:5 vertaald is met ‘kon’ is het Griekse woordje ‘dunamai’ (doo’-nam-ahee). Strongs Concordantie geeft de volgende betekenissen:

1) to be able, have power whether by virtue of one’s own ability and resources, or of a state of mind, or through favourable circumstances, or by permission of law or custom
2) to be able to do something
3) to be capable, strong and powerful

Het dikgedrukte gedeelte geeft aan dat het geen absolute onkunde hoeft te impliceren. Jezus kon, als Hij wilde, wel grote tekenen laten zien, maar het lag niet in zijn mandaat om dat te doen, omdat de mensen in die streek geen geloof hadden.

  Terug naar het overzicht: Fouten en contradicties in de Bijbel.

Share

Aan hoeveel discipelen verscheen Jezus?

Vermeende contradictie tussen diverse teksten.

Markus 16:14
Later is Hij geopenbaard aan de elf, terwijl zij aanlagen, en Hij verweet hun hun ongeloof en hardheid van hart, omdat zij hen niet geloofd hadden die Hem gezien hadden nadat Hij opgewekt was.

Lukas 24:33
En op datzelfde moment stonden zij op en keerden terug naar Jeruzalem, en vonden de elf discipelen en hen die bij hen waren, bijeen.

Johannes 20:24
En Thomas, een van de twaalf, Didymus genoemd, was niet bij hen toen Jezus daar kwam.

1 Korintiërs 15:5
en dat Hij verschenen is aan Kefas, daarna aan de twaalf.

Probleem: Aan hoeveel discipelen verscheen Jezus? Waren het 11 discipelen (zoals in Markus en Lukas), 10 discipelen (zoals in Johannes: 12 minus Judas en Thomas) of 12 discipelen, zoals in de Eerste Brief aan de Korintiërs?

Antwoord: Het is niet onjuist om van ‘de elf’ of ‘de twaalf’ te spreken, ook al zijn er minder discipelen aanwezig. Deze termen worden hier gebruikt als titels van de groep discipelen van Jezus, niet als telwoorden. Op dezelfde wijze zouden wij kunnen zeggen dat ‘het Nederlands elftal’ op 18 februari 2004 met 1-0 heeft gewonnen in de oefenwedstrijd tegen Amerika, terwijl er in feite 17 spelers voor Nederland op het veld hebben gestaan.

  Terug naar het overzicht: Fouten en contradicties in de Bijbel.

Share